Principes
Hankido technieken berusten op drie basis principes namelijk 'de snelle draai' (won), 'vloeiend als water' (yu) en het principe van 'harmonie tussen aanvaller en verdediger' (hwa).
De snelle-draai-theorie
Draaien betekent dat de beweging een cirkel vorm beschrijft. Net zoals de meeste gevechtkunsten die op dit principe berusten, is Hankido een gevechtkunst van de zachte stijl.
Bij harde stijl gevechtkunsten wordt veel kracht gebruikt om de tegenstander te controleren, maar bij zachte stijl gevechtkunsten wordt juist de kracht van de tegenstander gebruikt en omgebogen naar een cirkelvormige beweging.
Om een voorwaartse stoot te ontwijken, cirkelen we rond de stoot en leiden de aanvaller naar een plaats waar hij geen kwaad kan doen.
De snelle draaitheorie wordt ook gebruikt bij werptechnieken, en sommige schoppen en slagen. Door snel te draaien, kun je tevens veel kracht ontwikkelen om de aanvaller uit te schakelen.
De stroom van energie en kracht zoals van water
Voor een Koreaan is water het symbool voor zachtheid, en voor de mogelijkheid zich aan te passen.
Water vecht niet tegen blokkades, het vloeit eromheen, de stroming wordt niet verstoord, maar gaat gewoon door.
Dit principe geldt bij Hankido ook, zowel voor de aanvaller als voor de verdediger. De verdediger, blokkeert niet de aanval, maar neemt haar mee, met zijn eigen cirkelvormige techniek.
Water is erg zacht, maar als het in één punt stroomt, kan het heel krachtig zijn.
De bewegingen bij Hankido zijn erg zacht. Maar als er kracht gebruikt wordt is deze verzameld in één punt.
Vloeiendheid geeft tevens aan dat de techniek door moet blijven gaan (stromen). Een techniek die onderbroken wordt, of die de beweging van de tegenstander blokkeert, is een techniek waarbij dit principe onderbreekt.
Een tegenstander die halverwege de techniek tot stilstand wordt gebracht, geef je de tijd om zich opnieuw te beramen op een tegenaanval.
Vloeiendheid heeft ook alles te maken met het uit evenwicht brengen van de tegenstander. Een tegenstander die zijn balans verloren heeft, is gemakkelijk in zijn bewegingen te manipuleren. Echter, 'stroomt' de techniek niet door, dan geef je de tegenstander de mogelijkheid om weer in balans te komen.
Harmonie van hart
Heel belangrijk bij Hankido is de harmonie tussen je lichaam en geest. Je moet tevens leren in harmonie te zijn met je tegenstander, hoe tegenstrijdig dit ook mag lijken als het gaat om zelfverdediging.
Je brengt jouw bewegingen in hetzelfde ritme en dezelfde richting als die van de tegenstander. Daarna kun je de beweging van de tegenstander overnemen en deze leiden. Hierbij gebruik makend van de vorige twee principes.
Het in harmonie brengen van de beweging van de twee lichamen is het ultieme doel van hankido zelfverdediging.
Principes en Hankido
Hankido technieken bevatten altijd deze principes. Bij het oefenen moet men dan ook steeds deze principes in gedachten houden.
Zonder deze principes is er geen sprake van hankido.
Praktische toepassing
Hieronder vind je een interpretatie van de toepassing van deze principes.
Een cirkel is rond, dus ronde bewegingen. Beweging komt vanuit je danjeon, middel, heupen. Soepel maken van je heupen, middel is dus belangrijk.
Hebben stevig fundament nodig, dus sterke benen. Geaardheid, root. Balans.
Zet je danjeon achter je beweging. Duw dus niet met arm kracht, maar met je hele lichaam.
Plaats je lichaam achter je beweging.
Richt je beweging op je tegenstander. Jouw bewegingslijn loopt door je danjeon naar voren. Daar waar meestal de knoop van je band zit, komt deze lijn naar buiten. De knoop van jouw band wijst naar hem.
Zorg dat de tegenstander zich niet kan richten op jou. Ga dus niet in zijn bewegingslijn staan. De knoop van zijn band wijst van jou af.
Steek beide armen recht naar voren, alles aan de buitenkant valt buiten je controle gebied. Houd je tegenstander dus binnen dat controle gebied, blijf uit het controle gebied van je tegenstander.
Nog een woord dat nauw verwant is aan ‘cirkel’ is circulatie. Circulatie van energie (ki) bijvoorbeeld. Ki vloeit door je lichaam en dat van je tegenstander. Jouw ki en de ki van je tegenstander zijn verbonden.
Vloeiendheid in je techniek streef je na om controle te houden. Controle zonder dit te forceren. Je hebt de controle omdat je op de juiste plek staat (buiten het controle gebied van de tegenstander, maar met hem of haar in jouw controle gebied). Als ik de controle heb over de beweging van mijn tegenstander betekend dit dat hij de controle verloren is. Tegenstander is dus uit balans. Alleen door vloeiend te bewegen, inspelend op de pogingen van mijn tegenstander om de balans terug te vinden en hem steeds een stap voor te zijn, kan ik de controle behouden. Op een tegenstander die dus de controle heeft over zich zelf, dus niet uit balans is, kun je geen technieken toepassen zonder daarbij te forceren (=fysieke kracht te gebruiken).
Het uit balans brengen van de tegenstander doe je altijd in de lijn van zijn initiële beweging, maar niet alleen in de die lijn. Het zogenaamde eendimensionaal uit balans brengen van de tegenstander (dus maar in één richting) is gemakkelijk door de tegenstander te pareren met slechts één stap in de richting die hij toch al ging.
Duw of trek alleen aan je tegenstander wanneer hij niet in een positie is van waaruit hij gemakkelijk terug kan duwen of trekken of zelfs jouw beweging over kan nemen. Water stroomt (vloeit) van links naar rechts en van boven naar beneden. Zoals water alle kanten op kan bewegen en automatisch de weg van de minste weerstand zoekt, zo moeten ook jouw bewegingen stromen als water.
Beweeg steeds één fractie van een seconde voor je tegenstander uit zodat alles wat hij eventueel aan tegenmaatregelen probeert te ondernemen slechts bewegingen in het ledige lijken. Harmoniseer jouw bewegingen met die van hem. Dit heeft alles te maken met (aan)voelen. Actie is reactie. Reageer adequaat op de bewegingen (acties) van je tegenstander. Doe dit niet geforceerd, maar in harmonie met hem.
Op deze manier kun je de energie van de tegenstander neutraliseren.

Nederlands
English